Ontdekkend Kijken

Basisboek Methode Heijkoop

Het boek is opgebouwd in twee delen, met daarbij een voorwoord, een nawoord en een aantal bijlagen.
Het voorwoord is uitnodigend: een samenvatting van de persoonlijke ontwikkeling van de auteur en motivatie tot het schrijven van dit boek. Interessant is Heijkoops ontdekking van onderzoeksmethoden uit de ethologie, als bruikbare invalshoek voor het observeren van lichaamstaal en interacties.

Deel 1
Is een algemene inleiding met de ontstaansgeschiedenis, wat de Methode Heijkoop inhoud, de visie en theoretische achtergronden, voor wie en welke vragen het ingezet kan worden, wat de resultaten zijn, wat er nodig is en waarom het werkt zoals het werkt.

Deel 2
Gaat over het belangrijkste instrument in de Methode Heijkoop: Ontdekkend Kijken. Na een beschrijving van de werkwijze wordt gedetailleerd aandacht besteed aan de voorwaarden voor een succesvolle inzet. Een belangrijke plaats is ingeruimd voor de competenties van de Heijkoop-trainer/coach.

De Methode inspireert
Het boek is bedoeld om familieleden en professionals te inspireren de levenskwaliteit van mensen met een afwijkende ontwikkeling duurzaam te verhogen. Dat lijkt in extreme gevallen weleens een onmogelijke opdracht, maar al lezend zult u zien dat het alleszins de moeite waard is om het te proberen op de manier die in dit boek wordt beschreven, ook al is succes niet altijd gegarandeerd.

De Methode Heijkoop heeft zich ontwikkeld op basis van theorieën en dankzij de uitwisseling van ervaringen met familieleden en professionals die zich buitengewoon betrokken voelen bij zeer kwetsbare mensen. De vele jaren ervaring met de Methode Heijkoop hebben laten zien dat het welzijn van zowel de cliënt als de mensen die voor hem zorgen erop vooruit gaat als allen samen werken aan een nieuwe manier van kijken naar de betrokken persoon, en zij samen bijdragen aan de sterking van het Zelf van de cliënt en zichzelf. Want niet alleen de cliënt gaat erop vooruit, ook begeleiders en familieleden krijgen meer zelfvertrouwen en voelen zich competenter door hun andere kijk op de cliënt.

Centraal onderwerp
Het centrale onderwerp van de Methode Heijkoop is de relatie tussen een persoon met een afwijkende ontwikkeling en zijn begeleiders en familieleden. Hoewel de persoon met de beperking afhankelijker is van de mensen om hem heen dan andersom, hebben ze elkaar als mens hard nodig.

De Methode Heijkoop helpt begeleiders en familieleden op een nieuwe manier kijken naar hun cliënt en familielid, wat de dagelijkse contacten tussen hen op een vanzelfsprekende manier sterk beïnvloedt. Begeleiders krijgen meer oog voor de lichaamstaal van de cliënt en reageren daar op een persoonlijker manier op. De cliënt voelt zich gezien en herkend, laat steeds meer van zichzelf zien en durft meer initiatief te nemen. Cliënt en begeleider krijgen meer plezier in het contact, wat voor beiden ‘belonend’ werkt en de nieuwe manier van communicatie en samenwerking versterkt.

De nieuwe manier is geen aangeleerd gedrag, maar een (h)erkenning van kwaliteiten die de meeste begeleiders al van nature hebben en die zij spontaan blijken te kunnen inzetten. In de oude manier van contact maken was daar door allerlei omstandigheden en ingesleten patronen vaak geen ruimte voor, met veel spanning, conflicten en probleemgedrag als gevolg.

Recensies

‘Ontdekkend Kijken, Basisboek Methode Heijkoop’ is opgebouwd in twee delen, met daarbij een voorwoord, een nawoord en een aantal bijlagen.

Het voorwoord is uitnodigend: een samenvatting van de persoonlijke ontwikkeling van de auteur en motivatie tot het schrijven van dit boek. Interessant is Heijkoops ontdekking van onderzoeksmethoden uit de ethologie, als bruikbare invalshoek voor het observeren van lichaamstaal en interacties. In het voorwoord en het nawoord beschrijft Heijkoop de worsteling die hij heeft gehad met het beschrijven van zijn ziens- en werkwijze. Heijkoop benoemt zijn angst, dat het zwart-op-wit beschrijven van een ‘Methode’ het risico met zich meebrengt dat juist de essentie ervan, elk mens en elk contactmoment is uniek en onvoorspelbaar, door de ‘methodische benadering’ tekort gedaan wordt.

Heijkoops gedachtegoed wordt binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking hoog gewaardeerd, ook door mij. Zijn visie en uitgangspunten worden gebruikt, gedeeld en verder ontwikkeld. De angst van Heijkoop voor ‘devaluatie’ van de Methode is terecht: in de praktijk zie ik dat variaties zijn ontstaan, die door de enthousiaste collega’s wel ‘Methode Heijkoop’ genoemd worden, maar dat niet (meer) zijn. Het is dapper en daadkrachtig om een poging te wagen en de essentie van de visie en werkwijze opnieuw vast te leggen, als een soort basisdocument waar steeds aan gerefereerd kan worden.

In Deel 1 worden de aanleiding, uitgangspunten, onderliggende visie en gebruikte theoretische modellen van de ‘Methode Heijkoop’ beschreven. De opbouw lijkt op basis van de inhoudsopgave logisch. Tijdens het lezen blijken er echter veel dubbelingen en herhalingen in de tekst te staan. Het voordeel hiervan is dat je ‘doordrenkt’ raakt van het gedachtegoed, het nadeel is dat je na een aantal hoofdstukken minder geïnteresseerd of slechts globaal verder leest. Het onderwerp “Proces van verandering” bijvoorbeeld, komt in het boek maar liefst zes keer als titel van een hoofdstuk terug, met elke keer vrijwel dezelfde inhoud. Mijns inziens zou het krachtiger zijn geweest om de kernboodschap in veel minder bladzijden te beschrijven. Ook geeft de titel van een hoofdstuk niet altijd de essentie van de inhoud weer. Soms staan in de samenvatting van een hoofdstuk kernpunten beschreven die eerder in de tekst nog niet naar voren kwamen. De kernwoorden uit de visie en methode zijn consequent in rood afgedrukt. In het begin is dat plezierig, het benadrukt onmiskenbaar op welke uitgangspunten en visie de Methode gebaseerd is. Gaandeweg het lezen gaat deze nadruk echter irriteren, zeker in combinatie met de hierboven beschreven herhalingen.

Het uitgangspunt dat de kwaliteit van de relatie centraal staat bij persoonlijke groei, en ‘betekenisgeven’ en ‘verklaren’ duidelijk onderscheiden worden, is een mooi uitgangspunt, dat Heijkoop in de afgelopen jaren (mede) heeft toegevoegd aan onze taal en ons denken in de zorg. Het is plezierig dat Heijkoop de theoretische kaders waar hij zijn visie en uitgangspunten aan ontleent, kort opsomt en toelicht. Dit opsommen en toelichten doet recht aan de praktijk, waar de meeste beroepsbeoefenaren gebruik maken van een combinatie van (ontwikkelings-) psychologische modellen. Het maakt tevens helder dat er niet één alles verklarend of overal bruikbaar theoretisch model is. De opmerkingen die Heijkoop verder maakt over de beperkingen van classificatie en ‘dossiertaal’ sluiten naadloos aan bij de actuele ontwikkelingen zoals in ‘de nieuwe GGZ’. Heijkoop beschrijft de voordelen van de door hem ontwikkelde methode, als tegenhanger van de ‘voorschrijvende, adviserende’ rol van de gedragswetenschapper. Het is jammer dat hij hierin wat polariseert. De schematische weergave hiervan doet zelfs wat karikaturaal aan. Mede dankzij Heijkoops eigen inbreng in de afgelopen 20 jaar, komt dit ‘traditioneel voorschrijvend adviseren’ binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking al aanzienlijk minder voor. Mogelijk is dit nog wel van toepassing binnen bijvoorbeeld de GGZ. Ook maakt Heijkoop een vergelijking tussen zijn Methode en de gedragstherapie of de SI. Deze vergelijkingen komen eveneens wat polariserend over en doen geen recht aan de bruikbaarheid van juist een combinatie van deze in boeken de praktijk alle zeer bruikbare invalshoeken. Een goed opgeleide gedragswetenschapper zal in staat zijn om te bepalen welke invalshoek, of combinatie van methodes, op welk moment het meest bruikbaar is.

Deel 2 beschrijft de praktische werkwijze van de Methode Heijkoop, waarbij de meeste ruimte en tekst wordt besteed aan het ‘Ontdekkend Kijken’. De indeling van de hoofdstukken lijkt op het eerste gezicht opnieuw logisch. In de eerste hoofdstukken van Deel 2 leest het boek inderdaad als een trein, juist door de praktische invalshoek. De beschrijving van de Methode is goed gedoseerd, waardoor je je een beeld kunt vormen van hoe de werkbijeenkomsten eruit zien. De uitleg is, terecht, nou ook weer niet zo uitgebreid dat je de opleiding of training tot Heijkoop-trainer/coach zou kunnen missen en werkbijeenkomsten met het boek in de hand zou kunnen leiden. In dit deel komen de inhoudelijke uitgangspunten en de visie uit Deel 1 opnieuw veelvuldig en in herhaling terug. Jammer genoeg wordt hierdoor ook het praktische deel daardoor weer minder uitnodigend om grondig verder te lezen. Casuïstiek en ‘levende’ voorbeelden zouden een verrijking zijn geweest. In het boek wordt nu éénmaal een voorbeeldcasus beschreven, die zeer tot de verbeelding spreekt. Het zou mooi zijn geweest als er in het boek meerdere levendige verhalen waren opgenomen.

Minder krachtig in het hele boek vind ik dat in de tekst veel aannames en ervaringen uit de boeken praktijk staan, die worden beschreven als wetmatigheden. Voorbeelden hiervan zijn zinsdelen als: “een veranderde kijk leidt als vanzelf...” en “de begeleider ontwikkelt als vanzelf...”. In de praktijk zie ik bij cliënten, ouders en professionals waar de Methode Heijkoop is gebruikt ook deze veranderingen, maar ‘als vanzelf’ en ‘blijvend’ is lang niet altijd het geval. Werkbijeenkomsten met ‘Ontdekkend Kijken’ kunnen zeker nieuwe inzichten opleveren, maar onderhoud blijft noodzakelijk. Aan dit onderhoud wordt in het boek relatief weinig aandacht besteed. Interessant in dat kader is ook dat Heijkoop beschrijft dat de Heijkooptrainer/coach tijdens het veranderproces tijd moet reserveren voor gesprekken ‘in de wandelgangen’. Niet beschreven wordt waar deze gesprekken dan over moeten gaan. In theorie zou het zomaar kunnen dat de inhoud en de timing van deze gesprekken een essentieel onderdeel zijn van het succes van de Methode. Ook wordt geadviseerd om de betrokkenen (de cliënt zelf, ouders) die niet deel hebben kunnen nemen aan het ‘Ontdekkend Kijken’ te vertellen wat ontdekt is. Deze oplossing is in tegenspraak met de essentie van de hele Methode, het ‘samen ontdekkend leren’.
In de bijlagen worden aanvullende modellen en hulpmiddelen beschreven. De modellen lijken praktisch bruikbaar, maar worden, in vergelijking met het ‘Ontdekkend Kijken’, slechts kort aangestipt. Het ‘Ethologisch observatieschema’ is voor mij nieuw, en oogt zeer bruikbaar bij toekomstige observaties: het maakt je bewust van alles wat je niet hebt gezien. Het Emmermodel lijkt een hedendaagse, frisse variant op de gedateerde Pyramide van Maslow. Ook hier zouden meer ingevulde voorbeelden de verbeelding hebben kunnen prikkelen.

Kortom: Heijkoop doet een dappere poging om ‘organische’ processen die eigenlijk niet te beschrijven zijn, toch te beschrijven. Het siert hem dat hij zich hierin kwetsbaar opstelt. Het gedachtegoed en de werkwijze die Heijkoop in de afgelopen jaren in persoon in de zorg geïntroduceerd heeft, is van grote waarde en verdient het om ‘vastgelegd’ te worden. De door hem geïntroduceerde en verder uitgewerkte onderzoeksmethoden uit de ethologie zijn inmiddels onmisbaar geworden in ons werkveld. De manier waarop al deze bruikbare ontwikkelingen en modellen nu zijn beschreven, uitgebreid, theoretisch en met veel herhaling, doet onvoldoende recht aan de kracht ervan. Het lijkt erop dat de mens die de Methode overdraagt, en de manier waarop hij dit doet, cruciaal is. Mogelijk is voor de nabije toekomst een video of documentaire over en door Heijkoop een betere vorm om de grote waarde van dit gedachtegoed en dit instrument over te dragen.

Carmen van Bussel  NTZ juni ‘16

 

Voor meer informatie: info@heijkoop.nu of +31 416 662015
Home